In de iets wijdere omtrek van de Hof is een levendig dierenleven te vinden.
In de eeuwenoude vijvers die in het bos ten zuiden van de Hof liggen, zwemmen karpers, brasem, zeelt, voorn, baars, snoek, paling en rivierkreeft. Bij mooi weer kun je twee grote roodwangschildpadden zien zonnen op boomstronken die boven het water uitsteken.
In de bossen rond de Hof leven vossen, marters, hazelwormen en hermelijnen. Regelmatig laten de Vlaamse gaai, de bonte en de groene specht, de buizerd, de ransuil en de appelvink zich zien of horen. Soms zie je een ijsvogeltje.
Aan de Westkant ligt een helling waar in het voorjaar duizenden gaatjes verschijnen in de grond, als solitaire bijen hun winterverblijf verlaten.
De Hof biedt ook onderdak aan vleermuizen. Eekhoorns snoepen regelmatig van de walnoten aan de notenboom op de binnenhof. Woelratten en mollen zijn er ook in overvloed. En in de vijvertjes wemelt het van de alpensalamanders.